De Neurologische Basis van Identiteit. We zijn ons hersenen.
De consensus is dat de geest is wat de hersenen doen.
Men bewijst dit niet met één enkel experiment, maar door een overweldigende convergentie van bewijslast uit verschillende hoeken. Hier zijn de belangrijkste pijlers van dat bewijs:
1. Causaliteit door hersenbeschadiging (Lesie-studies)
De meest directe aanwijzing dat de geest en het lichaam één zijn, is dat wanneer je een specifiek deel van de fysieke hersenen beschadigt, een specifiek deel van de 'geest' verdwijnt of verandert.
Phineas Gage: Een klassiek geval waarbij een ijzeren staaf door zijn prefrontale cortex ging. Hij overleefde het, maar zijn persoonlijkheid veranderde volledig. Zijn "geest" was fysiek aangetast.
Afasie: Beschadiging van het gebied van Broca zorgt ervoor dat je wel kunt denken, maar geen taal meer kunt vormen. De cognitieve functie (geest) is direct gekoppeld aan de fysieke locatie (lichaam).
2. Neuroimaging (fMRI en PET-scans)
Dankzij moderne technologie kunnen we 'live' meekijken terwijl iemand denkt, droomt of voelt.
Correlatie: Elke keer als jij een specifieke emotie voelt (bijv. angst), zien we activiteit in de amygdala. Er is geen enkel mentaal proces bekend dat niet gepaard gaat met een meetbare fysieke verandering in de hersenen.
Gedachten lezen: In recente experimenten kunnen computers aan de hand van hersenscans met redelijke nauwkeurigheid reconstrueren welk plaatje iemand bekijkt of aan welk woord hij denkt.
3. Directe stimulatie
Door de hersenen fysiek te prikkelen, kun je mentale ervaringen opwekken.
Elektrische stimulatie: Tijdens hersenoperaties (waarbij de patiënt bij bewustzijn is) kan een chirurg een klein gebied stimuleren, waarna de patiënt plotseling een jeuherinnering ophaalt, muziek hoort of een ledemaat voelt bewegen die er niet is.
Optogenetica: Bij dieren kunnen wetenschappers met lichtpulsen specifieke neuronen aan- of uitzetten, waardoor ze direct gedrag of 'verlangen' (zoals honger of agressie) kunnen opwekken.
4. Farmacologie en Neurochemie
Als de geest los zou staan van het lichaam, zouden chemische stoffen geen invloed moeten hebben op onze diepste overtuigingen of gevoelens.
Medicatie en drugs: Antidepressiva, psychedelica en alcohol veranderen de balans van neurotransmitters. Deze fysieke stoffen veranderen direct je waarneming, je stemming en je morele oordeelsvorming. Dit bewijst dat onze "geestestoestand" in feite een "chemische toestand" is.
Conclusie: De wetenschap hanteert het principe van monisme: er is maar één substantie (materie), en 'geest' is een complexe, opkomende eigenschap van die materie, vergelijkbaar met hoe 'spijsvertering' een functie is van de maag.